Couscous Couscous wordt veel gegeten in Noord-Afrika, vooral in de gebieden boven de Sahara. Hoe verder richting het Midden-Oosten hoe minder vaak couscous wordt gegeten. Couscous wordt door Marokkanen regelmatig op vrijdag gegeten. De vrijdag is een dag die bij moslims een bijzondere plaats inneemt als dag van de samenkomst van de gemeenschap. Couscous heeft dan ook een belangrijke culturele betekenis. In landen van Noord-Afrika wordt couscous als het nationale gerecht beschouwd, zoals rijstgerechten dat zijn voor veel Aziatische landen en aardappelgerechten voor veel westerse landen.In de westerse keuken heeft couscous, als onderdeel van de internationale keuken, in de jaren negentig van de vorige eeuw en daarna, veel aan populariteit gewonnen. De makkelijke en snelle manier om couscous te maken is het koken in water met wat plantaardige olie en zout. Traditioneel wordt het echter gemaakt in een zogeheten couscouspan die uit twee delen bestaat (Zie foto hier onder). Hierin worden de couscous en vaak ook de groenten die erbij gegeten worden gestoomd. Dit is een tijdrovende klus, maar komt de smaak zeker ten goede. Zowel het griesmeel zelf als de gerechten die hiervan worden gemaakt, worden couscous genoemd. Couscousgerechten worden met verschillende ingrediënten klaargemaakt, het verschil zit vooral in de hoeveelheid en de soorten groenten. Vaak wordt het gerecht pittiger gemaakt met harissa. In Libië gebruikt men ook vis en garnalen als ingrediënt in couscousgerechten. Couscous wordt ook op twee manieren gegeten: met de vingers allen uit het zelfde bord. Of zoals bij ons met mes en vork in eigen bord. |